Intro
Ik zat gewoon buiten... rustig in de zon. —
Tenminste, dat dacht ik. —
Build
Maar toen begon het zand te fluisteren. —
De zon knipoogt twee keer. —
Mijn waterfles lacht me uit en rolt weg. —
De lucht ruikt naar limonade. —
De horizon buigt langzaam... en dan stopt alles. —
Verse 1
Welkom hier. —
Ik wandelde op een tapijt van schelpen, midden in een zee van stof. —
De zon was een sinaasappel, hij sprong en zei: “proost”. —
Hagedissen droegen zonnebrillen, verkochten ijs van steen. —
Ze zeiden: “Welkom hier, je komt precies op tijd, vriendje, kom maar hier heen”. —
Verse 2
In slippers van papier liep ik door straten van zand en glas. —
Krekels zongen karaoke terwijl ik mijn schaduw kwijtraakte. —
Een cactus gaf een hand, stelde zich netjes voor als Jan. —
En ik dacht: misschien ben ik een toerist of gewoon iemand die alleen maar wandelen kan. —
Bridge
Alles trilde in hitte, smaken en geluid. —
Een duin begon te beatboxen over liefde en gemis. —
Mijn pet vloog hard weg, neuriede een hitje in G-mineur. —
En ik... ik knikte alsof ik het snapte. Verder weet ik het niet meer. —
Verse 3
Een kameel van karton vroeg naar mijn paspoort. —
Ik gaf hem een steen, hij zei: “Perfect, dat is hoe het hoort.”. —
Toen scheurde de lucht open, en daar stond een snackbar. —
Met een ober op het dak, hij riep: “Wie is hier nou de snackbar? Jij of ik?”. —
Chorus
WAAR BEN IK? —
WIE HEEFT MIJN KAART? —
WAAROM DRINKT DE WIND? —
IK BEN EEN ZON MET DORST! —
Verse 4
Een flamingo op sandalen liep langs met een parasol. —
Hij gaf me een bonnetje: “Voor schaduw in je hoofd”. —
Ik keek in de verte, zag een zwembad van licht. —
Toen werd alles ineens... nog vreemder. —
Verse 5
Ik lag in een badkuip van zand zonder kraan. —
Kleine wolkjes fluisterden: “Blijf nog even gaan”. —
Ze wezen naar een plek waar het zand iets donkerder leek. —
En mompelden: “Misschien is dat echt”. —
Chorus
IK HEB TOCH EEN DORST! —
JIJ BENT MIJN HOOFD! —
DE ZON SMAAKT NAAR ZOUT! —
IK WIL WATER NU! —
Outro
Ik! —
Zie! —
Gras!! —
Palmen. —
Schaduw. —
Water dat echt beweegt. —
Ik buk, op mijn knieën, ik drink. —
En ik drink —
En ik drink —
Tot ik niet meer kan —
Geen stemmen meer. —
Geen dansende dieren. —
Geen zingend zand. —
Alleen de zon. —
En ik. —
En water. —
Midden in de woestijn. —
Verdwaald. —
Fuck!!